Op de Christelijke Hogeschool Ede moest ik eindeloos reflecteren, op de Evangelische Hogeschool elk blok doelen maken voor persoonlijke ontwikkeling. Nu ik Taal en Cultuurstudies doe is er van persoonlijke ontwikkeling geen sprake. Althans, niet op de opleiding. Portfoliogroepen en SLB’ers zijn nergens te bekennen, alles draait om kennis. Daarom doe ik zelf erg mijn best mijn sterke kanten uit te buiten en mijn zwakke kanten aan te pakken.
Als 21-jarige kun je je niet meer gedragen als een tiener met grillige stemmingswisselingen. Er wordt van je verwacht dat je je volwassen en evenwichtig gedraagt. Dus probeer ik me een mening te vormen over allerlei zaken, mezelf assertiviteit aan te leren, net als voorkomendheid, vriendelijkheid en ga zo maar door.
Waarom wil ik mezelf zo graag veranderen? Vaak laat ik dingen over me heen komen, ook wanneer ik het er niet helemaal mee eens ben. Kleur bekennen is aan mij niet besteed, ik geef alles voor de lieve vrede. Ook mijn gezichtsuitdrukking lijkt soms nogal wat te wensen over te laten. Zo zat ik pas bij een onderzoek met een aantal meiden om een tafel. We ‘genieten’ daar een onderzoeksontbijt met bepaalde chemicaliën die ons ijzergehalte zouden beïnvloeden. Ik ben druk bezig het grijze broodje weg te werken, zegt mijn buurvrouw oppeens tegen me ‘you’re looking realy UNhappy!’ Ai… kijk ik echt zo chagarijnig? Ik dacht dat ik een doornsee proefpersoon was die met een neutraal gezicht haar ontbijt nuttigde. Op de middelbare school zei een klasgenoot al eens tegen me: ‘jij kijkt altijd zo verdrietig’. Mijn mimiek leidt een eigen leven.
De dingen gaan nog niet echt ideaal dus. Zo gebeurt het me ook wel eens dat ik óf erg vriendelijk óf erg assertief ben, maar niet tegelijkertijd. De combinatie van deze twee is wat lastig. Vandaag werd mijn vervoersbewijs, de studenten OV chipkaart in mijn geval, gecontroleerd in de trein. De conducteur houdt mijn kaart tegen de lezer en zegt triomfantelijk: ‘geen OV-chipkaart! Je kaart is niet geactiveerd.’ Ondertussen loopt hij naar zijn collega om te overleggen wat voor leuke sanctie ze me gaan geven. ‘Dit ga ik niet pikken’ denk ik bij mezelf, me innerlijk wapenend tegen elk soort boete dat ze me kunnen gaan geven, ‘ik moet assertief zijn’. De conducteur komt terug gelopen en zegt: ‘Ik moet u een kaart uitschrijven’. ‘Maar ik reis er al weken mee!’ roep ik verontwaardigd uit! Oeps… dat was wat té assertief. De beste man doet gewoon zijn werk, ik mag wel wat vriendelijker reageren. Ik had mijn neutrale blik (inderdaad, da’s niet best) op, dus erg aardig zal mijn oprechte uitroep niet overgekomen zijn. De conducteur kijkt me wazig aan en loopt weer naar zijn collega om te overleggen. Ze controleren de kaart nog een keer en nu herkent de lezer mijn chipkaart wel. ‘Softwarefout lieverd, ik weet dat je het niet expres doet hoor’. Hij klopt op mijn schouder en loopt de coupe uit.
Het omgaan met mensen blijf ik een complex geheel vinden. Het dagelijks leven bezorgt me op dit gebied nogal wat hoofdbrekers. Soms vraag ik me af of ik autistische trekjes heb, maar ja dat gaat wel wat ver. Dus blijf ik mijn beste beentje voorzetten en verzamel elke dag weer nieuwe moed. Want mijn inspanningen tot zover ten spijt heb ik over gezonde assertiviteit nog veel te leren!